ECLI:NL:HR:2012:BY4838
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- N. Jörg
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Overschrijding redelijke termijn in cassatieprocedure zonder rechtsgevolg
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte was veroordeeld tot een taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis, waarvan een deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
In het cassatieberoep klaagt verdachte over een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. De Hoge Raad stelt vast dat deze overschrijding inderdaad heeft plaatsgevonden.
Desondanks oordeelt de Hoge Raad dat gezien de aard en zwaarte van de opgelegde straf en de mate van overschrijding, er geen aanleiding is om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden. Het beroep wordt daarom verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 11 december 2012.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn zonder rechtsgevolg.