ECLI:NL:HR:2012:BY7673
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kwade trouw belastingadviseur bij niet aangeven afkoopsom kapitaalverzekering
Belanghebbende sloot in 1978 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule af en kocht deze in 2003 af, waarbij hij de afkoopwaarde ontving zonder dat hierop loonheffing werd ingehouden. De belastingadviseur diende in 2005 namens belanghebbende de aangifte inkomstenbelasting in, waarin de afkoopsom niet als inkomen werd vermeld. De Inspecteur legde vervolgens een navorderingsaanslag met boete op.
De kern van het geschil is of de belastingadviseur te kwader trouw was, zodat diens kwade trouw aan belanghebbende kan worden toegerekend, waardoor navordering zonder nieuw feit gerechtvaardigd is. De Hoge Raad benadrukt dat kwade trouw in de zin van artikel 16 AWR Pro inhoudt dat de belastingplichtige of diens adviseur opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie verstrekt, waarbij ook voorwaardelijk opzet geldt.
Hoewel het Hof oordeelde dat de adviseur zich willens en wetens blootstelde aan de kans dat te weinig belasting werd betaald, heeft het Hof volgens de A-G niet voldoende onderzocht of de adviseur bewust die kans heeft aanvaard. Daarom wordt het cassatieberoep gegrond verklaard en wordt de zaak terugverwezen voor nader onderzoek naar de vereisten van bewustheid bij voorwaardelijk opzet.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de bewustheid van de belastingadviseur.