ECLI:NL:HR:2012:BY8780

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
CPG 12/01402
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling successierecht bij primaire en nadere verkrijging uit fideï commis

In deze cassatieprocedure staat centraal hoe het successierecht moet worden toegepast bij een primaire verkrijging in 1999 en een nadere verkrijging in 2007 uit een fideï commis. De vader van de belanghebbenden overleed in 1999, waarbij de belanghebbenden ieder een direct deel van de nalatenschap erfden. De tweede echtgenote, de bezwaarde, verkreeg een groter deel onder een fideï commis, waarbij de belanghebbenden als verwachters waren aangewezen voor het residuo.

Na het overlijden van de bezwaarde in 2007 gingen de rechten op het residuo over op de belanghebbenden. De kernvraag was of deze verkrijgingen als één of twee afzonderlijke verkrijgingen moeten worden beschouwd en wat dit betekent voor de toepassing van tarieven en vrijstellingen in het successierecht. De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal dat het om twee verkrijgingen gaat, maar dat dit voor de heffing uiteindelijk niet uitmaakt omdat de wetgever beoogt de heffingsgrondslag samen te voegen.

Daarnaast is de wijze van berekening van het successierecht over de nadere verkrijging in 2007 aan de orde. De Hoge Raad bevestigt dat de methode van evenredige vrijstelling moet worden toegepast, zoals ook door de lagere rechter is gedaan. Het beroep in cassatie wordt daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de berekening van het successierecht over de nadere verkrijging blijft volgens de methode van evenredige vrijstelling.

Uitspraak

Derde kamer - uitspraak volgt