Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
25 juni 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 maart 2012. Het beroep is ingediend door de verdachte, bijgestaan door mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist, omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd. Het arrest is op 25 juni 2013 gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), W.F. Groos en N. Jörg, in aanwezigheid van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft van kracht.