ECLI:NL:HR:2013:1013

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 oktober 2013
Publicatiedatum
22 oktober 2013
Zaaknummer
11/04765
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Arnhem in strafzaak

De verdachte, geboren in 1991, stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 19 oktober 2011 in een strafzaak. Dit beroep werd namens de verdachte ingediend door mr. H.C. Meijer, advocaat te Amsterdam.

De Advocaat-Generaal G. Knigge concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, aangezien er geen rechtsvragen waren die beantwoording in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisten.

Op 18 oktober 2013 wees de Hoge Raad het arrest waarbij het beroep werd verworpen. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in aanwezigheid van de waarnemend griffier S.C. Rusche tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem wordt bevestigd.

Uitspraak

18 oktober 2013
Strafkamer
nr. S 11/04765
SR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 19 oktober 2011, nummer 21/001579-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.C. Meijer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 oktober 2013.