Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
29 oktober 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over valsheid in geschrift in het kader van asbestsloopwerkzaamheden. De verdachte werd onder meer verweten op 30 juni 2008 in een logboek minder asbesturen te hebben geregistreerd dan daadwerkelijk waren gewerkt.
Het hof baseerde zijn bewijs op onder meer telefoongesprekken, verklaringen van betrokkenen, een analyse van RPS Analyse B.V. en het logboek zelf. Uit deze bewijsmiddelen leidde het hof af dat ondanks een vrijgave om 9.30 uur er ook na die tijd nog asbestwerkzaamheden werden verricht, terwijl in het logboek minder uren waren geregistreerd.
De verdediging voerde aan dat na de vrijgave alleen asbestvrije golfplaten werden verwijderd en dat er geen verplichting was om uren te registreren. Dit verweer werd door het hof verworpen op basis van verklaringen en telefoongesprekken. De Hoge Raad oordeelde dat het hof binnen zijn beoordelingsvrijheid heeft gehandeld en dat het beroep ongegrond is.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de veroordeling voor het opzettelijk valselijk opmaken van het logboek, waarmee minder asbesturen werden geregistreerd dan daadwerkelijk waren gewerkt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor het opzettelijk valselijk registreren van minder asbesturen in het logboek.