Uitspraak
1.De bestreden beschikkingen
2.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Slotsom
5.Beslissing
29 oktober 2013.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 29 oktober 2013 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen twee beschikkingen van de Rechtbank Utrecht over het verlenen van verlof en het behandelen van een klaagschrift met betrekking tot inbeslaggenomen geldbedragen van €16.000.
De rechtbank had geoordeeld dat het geld als stukken van overtuiging kon worden aangemerkt en daarom niet aan de klager kon worden teruggegeven, omdat het een rol kan spelen in de waarheidsvinding van de strafprocedure. De verdediging stelde dat het geld aan de echtgenote toebehoorde en geen relatie had met enig strafbaar feit.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van de rechtbank onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde de beslissingen voor zover zij betrekking hadden op de geldbedragen. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslissingen over de inbeslaggenomen geldbedragen en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor herbeoordeling.