Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
Hoge Raad onderworpen - niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4.Beslissing
2 juli 2013.
Hoge Raad
De verdachte werd beschuldigd van het mishandelen van een agent door het zetten van tanden in diens arm, wat een bloedende bijtwond veroorzaakte. Het hof sprak de verdachte vrij van het eerste tenlastegelegde feit van wederspannigheid, omdat de aanhouding niet rechtmatig was en onvoldoende sprake was van verstoring van de openbare orde.
Het hof veroordeelde de verdachte echter voor opzettelijke mishandeling. De verdediging voerde in hoger beroep aan dat sprake was van noodweer, omdat de verdachte reageerde op een duw op haar kin door de agent en zich bedreigd voelde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de reactie van de verdachte niet als noodweer kon worden gezien, mede gezien de duw op haar kin. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting over het beroep op noodweer.