ECLI:NL:HR:2013:1081

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 november 2013
Publicatiedatum
31 oktober 2013
Zaaknummer
12/04788
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging arbeidsovereenkomst advocaat-stagiaire en uitleg studiekostenbeding

In deze zaak stond de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen verzoekster en een advocaat-stagiaire centraal, evenals de uitleg van het studiekostenbeding dat aan de overeenkomst was verbonden. Verzoekster had tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch beroep in cassatie ingesteld, waarbij zij onder meer de uitleg van het studiekostenbeding betwistte.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de kantonrechter te Maastricht en het arrest van het hof, die het geschil in feitelijke instanties hebben behandeld. De advocaat van verzoekster heeft gereageerd op de conclusie van de Advocaat-Generaal, die tot verwerping van het cassatieberoep strekte.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen en verzoekster wordt in de kosten van het cassatiegeding veroordeeld, die aan de zijde van verweerder nihil worden begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

1 november 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04788
TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaten: mr. J.A.M.A. Sluysmans en mr. R.L. de Graaff,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats], Curaçao,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 381707\CV EXPL 10-2657 van de kantonrechter te Maastricht van 5 januari 2011 en 22 juni 2011;
b. het arrest in de zaak HD 200.090.384 van het gerechtshof te ′s-Hertogenbosch van 26 juni 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [verzoekster] toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 27 september 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
1 november 2013.