Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Beslissing
5 november 2013.
Hoge Raad
De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 29 september 2011, waarin hij strafbaar werd verklaard wegens schending van het ambtsgeheim zoals bedoeld in artikel 272 Sr Pro. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden.
Hoewel de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, heeft het hof bepaald dat geen straf of maatregel wordt opgelegd aan de verdachte. Daarom ziet de Hoge Raad geen aanleiding om aan deze termijnoverschrijding rechtsgevolgen te verbinden. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen zonder nadere motivering, aangezien de middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en raadsheren Splinter-van Kan en Groos, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 5 november 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd zonder strafoplegging ondanks termijnoverschrijding.