ECLI:NL:HR:2013:1118

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 november 2013
Publicatiedatum
5 november 2013
Zaaknummer
12/00071
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 272 SrArt. 6 EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens schending ambtsgeheim zonder strafoplegging

De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 29 september 2011, waarin hij strafbaar werd verklaard wegens schending van het ambtsgeheim zoals bedoeld in artikel 272 Sr Pro. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden.

Hoewel de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, heeft het hof bepaald dat geen straf of maatregel wordt opgelegd aan de verdachte. Daarom ziet de Hoge Raad geen aanleiding om aan deze termijnoverschrijding rechtsgevolgen te verbinden. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen zonder nadere motivering, aangezien de middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en raadsheren Splinter-van Kan en Groos, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 5 november 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd zonder strafoplegging ondanks termijnoverschrijding.

Uitspraak

5 november 2013
Strafkamer
nr. 12/00071
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 29 september 2011, nummer 21/001483-09, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.P. Nan, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal J. Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de omstandigheid dat het Hof de verdachte strafbaar heeft verklaard, doch heeft bepaald dat geen straf of maatregel wordt opgelegd, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 november 2013.