Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
5 november 2013.
Hoge Raad
De verdachte heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 oktober 2011. Het cassatieberoep is namens verdachte ingediend door mr. P.M. Rombouts, advocaat te Amsterdam. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 5 november 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen door de Hoge Raad.