Belanghebbende, een in Finland gevestigd open-end beleggingsfonds zonder rechtspersoonlijkheid, ontving in 2008 bruto dividenden van Nederlandse vennootschappen waarover dividendbelasting werd ingehouden. Omdat belanghebbende in Finland vrijgesteld is van vennootschapsbelasting, kon hij deze dividendbelasting daar niet verrekenen.
De inspecteur weigerde teruggaaf van de ingehouden dividendbelasting, wat door de rechtbank werd bevestigd. Het hof vernietigde deze uitspraak en kende teruggaaf toe, stellende dat het fonds objectief vergelijkbaar was met Nederlandse lichamen die vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting, en dat het weigeren van teruggaaf een schending van de vrijheid van kapitaalverkeer vormde.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het fonds niet vergelijkbaar is met Nederlandse vennootschappen die niet aan vennootschapsbelasting zijn onderworpen, omdat het fonds in Nederland wel vennootschapsbelasting zou betalen. De doelstelling van de wet op dividendbelasting strekt zich niet uit tot deze situatie. Daarom is er geen sprake van discriminatie en is het hofarrest vernietigd.
De Hoge Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de teruggaaf af. Proceskosten werden niet toegewezen.