ECLI:NL:HR:2013:1132

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 november 2013
Publicatiedatum
7 november 2013
Zaaknummer
12/02816
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:44 lid 1 BWArt. 3:44 lid 4 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vernietiging korting op schipprijs wegens misbruik van omstandigheden

In deze zaak stond de bouw en levering van een schip centraal waarbij een overeengekomen korting op de prijs werd betwist. Framroad, de eiseres in cassatie, stelde zich op het standpunt dat de korting rechtsgeldig was, terwijl de wederpartij, de rechtsopvolgster van een Nederlandse BV, de vernietiging van deze korting vorderde wegens misbruik van omstandigheden.

De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met meerdere vonnissen tussen 2004 en 2009, waarna het gerechtshof Amsterdam in 2012 een arrest wees dat de vernietiging van de korting bevestigde. Framroad stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Framroad verworpen. De klachten van Framroad voldeden niet aan de vereisten van artikel 81 lid 1 RO Pro, omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof dat de korting wegens misbruik van omstandigheden vernietigde.

Framroad werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van € 8.318,34. Het arrest werd gewezen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.A. Loth op 8 november 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Framroad wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

8 november 2013
Eerste Kamer
12/02816
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
FRAMROAD LTD.,
gevestigd te Road Town, Tortola, British Virgin Islands,
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. F-N. Grooss,
toen mr. N.J.M. Beelaerts van Blokland,
thans zonder advocaat,
t e g e n
[verweerster],
in haar hoedanigheid van rechtsopvolgster van [A] B.V.,
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. D.M. de Knijff en mr. A. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Framroad en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 258177/H 03.0162 van de rechtbank Amsterdam van 3 november 2004,
b. de vonnissen in de zaak 313752 HA ZA 05-1144 van de rechtbank Amsterdam van 28 september 2005, 7 februari 2007 en 30 september 2009;
c. het arrest in de zaak 106.006.584/02 van het gerechtshof te Amsterdam van 7 februari 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Framroad beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Framroad in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
8 november 2013.