ECLI:NL:HR:2013:1143

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 november 2013
Publicatiedatum
8 november 2013
Zaaknummer
13/00214
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet betalen griffierecht

Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2008. Het gerechtshof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het verschuldigde griffierecht niet was betaald. Belanghebbende deed verzet tegen deze uitspraak, maar het hof verklaarde dit verzet ongegrond.

Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van het hof. De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende, maar oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde dit geen nadere motivering omdat de klachten niet relevant waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees ook proceskostenveroordeling af en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee bleef de beslissing van het hof in stand dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was wegens het niet betalen van het griffierecht.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens niet betaling van griffierecht.

Uitspraak

8 november 2013
nr. 13/00214
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Gravenhagevan 28 november 2012, nrs. BK-11/00884 en BK-11/00885, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van het Hof betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Het geding in feitelijke instanties

Met betrekking tot voormelde aanslag heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft bij uitspraak van 25 mei 2012 wegens het niet betalen van het verschuldigde griffierecht het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende heeft daartegen verzet gedaan. Het Hof heeft bij de in cassatie bestreden uitspraak het verzet met betrekking tot het nr. BK-11/00884 ongegrond verklaard.

2.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld en daarbij enkele klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2013.