Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
12 november 2013.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen omdat de middelen niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad constateerde dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis.
Het arrest vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend voor wat betreft het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis. De taakstraf werd verminderd tot 190 uren, respectievelijk 95 dagen hechtenis. Voor het overige werd het beroep verworpen en bleef de uitspraak in stand.
Uitkomst: De taakstraf is ambtshalve verminderd tot 190 uren, subsidiair 95 dagen hechtenis wegens overschrijding van de redelijke termijn.