Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
12 november 2013.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, welke aan het arrest zijn gehecht. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van de verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 12 november 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor het arrest van het gerechtshof in stand blijft.