Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
2 juli 2013.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam. Het hof had op 28 november 2011 uitspraak gedaan in de zaak met nummer 21/003394-11. De advocaat van de verdachte diende een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (RO) is geen nadere motivering vereist, omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Splinter-van Kan en Buruma, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 2 juli 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.