ECLI:NL:HR:2013:1396

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2013
Publicatiedatum
21 november 2013
Zaaknummer
12/04996
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling nakoming overeenkomst na ontbonden geregistreerd partnerschap en contractuele boete

De zaak betreft een geschil tussen een vrouw en een man over de nakoming van een overeenkomst die de gevolgen regelt van hun ontbonden geregistreerd partnerschap. De vrouw stelde dat de man toerekenbaar tekort was geschoten en dat daardoor een contractuele boete verschuldigd was.

De rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft in meerdere vonnissen uitspraak gedaan, waarna het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch op 24 juli 2012 het geschil heeft beoordeeld. De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De man is in cassatie verstek gebleven.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de vrouw verworpen op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad compenseert de kosten van het geding in cassatie zodanig dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en iedere partij draagt haar eigen kosten.

Uitspraak

22 november 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04996
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 177181/HA ZA 08-1248 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 23 december 2009, 25 augustus 2010 en 15 december 2010;
b. het arrest in de zaak HD 200.080.258 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 24 juli 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de man is verstek verleend.
De zaak is voor de vrouw toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
22 november 2013.