ECLI:NL:HR:2013:1420

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2013
Publicatiedatum
26 november 2013
Zaaknummer
12/04592
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt levenslange gevangenisstraf voor oorlogsmisdrijven in Rwanda

De verdachte, geboren in 1968, is in hoger beroep door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens oorlogsmisdrijven gepleegd in Rwanda. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad, dat op 26 november 2013 werd behandeld.

De advocaat van de verdachte diende schriftelijke middelen in, maar de waarnemend Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, aangezien er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Ambtshalve constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het beroep. Gezien de aard van de opgelegde levenslange gevangenisstraf zag de Hoge Raad echter geen aanleiding om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. Het vonnis werd uitgesproken door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, met de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de levenslange gevangenisstraf en wijst het cassatieberoep af.

Uitspraak

26 november 2013
Strafkamer
nr. 12/04592
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 juli 2011, nummer 22/002613-09, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.B.G.T. von Bóné, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal J. Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, heeft op 19 juli 2011 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Aangezien de aan de verdachte opgelegde levenslange gevangenisstraf zich naar haar aard niet voor vermindering leent, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 november 2013.