Uitspraak
,nummer 21/002966-07
,ingediend door mr. J.W.H. Peters, advocaat te Amersfoort
,namens:
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
26 november 2013.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 2008, waarin de verdachte was veroordeeld voor feitelijk leiding geven aan het opzettelijk onjuist doen van belastingaangiften en medeplegen van valsheid in geschrift.
De aanvraag tot herziening stelde dat nieuwe rapportages het gebruik van getuige-deskundige verklaringen als essentieel steunbewijs betwistten, wat volgens de aanvrager tot een vrijspraak of minder zware straf had moeten leiden.
De Hoge Raad oordeelde dat de nieuwe gegevens niet voldoende waren om een ernstig vermoeden van onrechtmatigheid te wekken, mede omdat het hof zijn bewezenverklaring niet uitsluitend op die getuigenverklaring baseerde, maar ook op andere bewijsmiddelen zoals bankstortingen en administratieve gegevens.
Daarom werd de aanvraag tot herziening afgewezen en bleef het eerdere arrest in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de eerdere veroordeling.