ECLI:NL:HR:2013:1450

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 2013
Publicatiedatum
28 november 2013
Zaaknummer
13/01105
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep tegen aanslag successierecht

Belanghebbende was geconfronteerd met een aanslag in het recht van successie, die na bezwaar door de Inspecteur tot nihil was verminderd. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in bij de Rechtbank Noord-Holland, welke het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Hiertegen deed belanghebbende verzet, dat eveneens ongegrond werd verklaard door de Rechtbank.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en diende meerdere middelen in. De Staatssecretaris van Financiën reageerde met een verweerschrift, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende. De Hoge Raad oordeelde dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie konden leiden en dat dit geen nadere motivering behoefde omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Schaap, van Loon en Groeneveld op 29 november 2013.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van relevante rechtsvragen.

Uitspraak

29 november 2013
Nr. 13/01105
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Hollandvan 23 januari 2013, nr. AWB 11/4173, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende een aanslag in het recht van successie.

1.Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is een aanslag in het recht van successie opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot nihil.
Belanghebbende heeft tegen die uitspraak beroep ingesteld bij de Rechtbank.
De Rechtbank heeft bij uitspraak van 24 februari 2012 het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende heeft daartegen verzet gedaan. De Rechtbank heeft bij de in cassatie bestreden uitspraak het verzet ongegrond verklaard.

2.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2013.