ECLI:NL:HR:2013:1453

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 2013
Publicatiedatum
28 november 2013
Zaaknummer
13/01746
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroepen in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen gronden

Belanghebbende had beroepen in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende aanslagen voor het jaar 2008 in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

De beroepschriften misten de vereiste gronden van beroep zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen, onder meer via aangetekende brieven en een verlenging van de termijn tot 30 augustus 2013.

De gronden van beroep zijn echter pas op 4 september 2013 ingediend, na het verstrijken van de gestelde termijn. Hierdoor kon het verzuim niet worden hersteld binnen de termijn. De Hoge Raad past artikel 6:6 Awb Pro toe en verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld en is op 29 november 2013 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de beroepen in cassatie niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van de gronden van beroep.

Uitspraak

29 november 2013
Nrs. 13/01743 en 13/01746
Arrest
gewezen op de beroepen in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 15 februari 2013, nr. AWB 11/5715 en nr. AWB 11/05714, op de verzetten van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank van 22 februari 2012 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van de beroepen in cassatie

De beroepschriften in cassatie bevatten, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van beroep.
Bij aangetekende brieven van 10 juli 2013 respectievelijk 4 juni 2013 heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen.
Na inwilliging van het verzoek om een gevoegde behandeling van de beroepen in cassatie heeft de griffier van de Hoge Raad, laatstelijk bij per aangetekende post verzonden brief van 23 augustus 2013, belanghebbende alsnog in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 30 augustus 2013 de gronden van de beroepen ter griffie van de Hoge Raad in te dienen. De gronden van de beroepen zijn evenwel eerst op 4 september 2013 en derhalve buiten de gestelde termijn bij de Hoge Raad ingekomen.
Nu herstel van het verzuim niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro de beroepen in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de beroepen in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2013.