ECLI:NL:HR:2013:1454

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 2013
Publicatiedatum
28 november 2013
Zaaknummer
13/01750
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak

In deze zaak ging het om het beroep in cassatie van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2009.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigden. Dit was omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij de cassatieberoepen dan wel omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad de beroepen in cassatie niet-ontvankelijk.

Het arrest werd gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, samen met de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2013.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens onvoldoende belang en gebrek aan cassatiegronden.

Uitspraak

29 november 2013
Nrs. 13/01750 en 13/01752
Arrest
gewezen op de beroepen in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 15 februari 2013, nrs. AWB 12/1424 en 14/1425, op de verzetten van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 1 augustus 2012 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2009 opgelegde aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die de cassatieberoepen heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij de cassatieberoepen dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – de beroepen in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de beroepen in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 novembe 2013.