Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
2 juli 2013.
Hoge Raad
De verdachte werd primair en subsidiair ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 12 februari 2010 te Rotterdam een bedrijfsauto bestuurde onder invloed van alcohol en met een ongeldig verklaard rijbewijs. Het hof sprak de verdachte vrij omdat het niet wettig en overtuigend bewezen achtte dat de verdachte op die datum binnen de gemeente Rotterdam had gereden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste uitleg aan de tenlastelegging had gegeven door de plaats 'te Rotterdam' te beperken tot de gemeente Rotterdam, terwijl dit ook de weg binnen die gemeente omvatte. Hierdoor kon het hof de verdachte ten onrechte vrijspreken.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. De uitspraak werd gedaan op 2 juli 2013 door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onjuiste uitleg van de tenlastelegging.