Uitspraak
,nummer RK 12/5753
,op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
3 december 2013.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een klaagschrift van klager tegen de kennisgeving van de Officier van Justitie dat de inbeslaggenomen schilderijen via Noorse autoriteiten aan de rechtmatige eigenaar zullen worden teruggegeven. Klager, die de schilderijen te goeder trouw had gekocht, vorderde teruggave van de schilderijen.
De Rechtbank Amsterdam verklaarde het klaagschrift ongegrond, overwegende dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet langer vordert en dat de Noorse galerie als rechtmatige eigenaar kan worden aangemerkt. Dit oordeel baseerde de rechtbank op het feit dat aangifte van diefstal was gedaan en dat de Noorse galerie binnen drie jaar na de diefstal de schilderijen als haar eigendom heeft opgeëist.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat het vereiste van eigendomsopeising binnen drie jaar niet inhoudt dat een klaagschrift moet zijn ingediend; het volstaat dat de Noorse galerie zich binnen die termijn tot de politie of justitie heeft gewend. Het beroep van klager wordt verworpen, waarmee de teruggave aan de Noorse eigenaar wordt bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de teruggave van de inbeslaggenomen schilderijen aan de rechtmatige Noorse eigenaar rechtmatig is en wijst het cassatieberoep van klager af.