Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 13 september 2012, nr. 11/00357, betreffende een aanslag in de vennootschapsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor het jaar 2006 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. De Rechtbank te Haarlem verklaarde het beroep tegen deze uitspraak ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in bij het Gerechtshof te Amsterdam, dat de uitspraak van de rechtbank bevestigde.
Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees tevens af dat er redenen waren om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 6 december 2013, waarmee het cassatieberoep ongegrond werd verklaard en de eerdere uitspraken definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2006 wordt ongegrond verklaard.