Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
2 juli 2013.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de strafoplegging wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro ambtshalve moest leiden tot strafvermindering. De taakstraf werd verminderd van 200 uren naar 190 uren, en de vervangende hechtenis van 100 naar 95 dagen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor het onderdeel strafoplegging en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 2 juli 2013.
Uitkomst: Taakstraf verminderd naar 190 uren en vervangende hechtenis naar 95 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.