ECLI:NL:HR:2013:165

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
24 juli 2013
Zaaknummer
12/03602
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag loonbelasting

Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd over de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 1999 inzake loonbelasting en premie volksverzekeringen. Na bezwaar werd de aanslag verminderd door de Inspecteur. De Rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag verder, waarbij de overige rechtsgevolgen van de Inspecteur in stand bleven.

Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de uitspraak van de Rechtbank vernietigde, het beroep gegrond verklaarde, de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de naheffingsaanslag verder verminderde. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat het ingebrachte middel niet tot cassatie kon leiden en dat het niet noodzakelijk was om rechtsvragen te beantwoorden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond. Er werden geen proceskosten opgelegd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.

Uitspraak

12 juli 2013
nr. 12/03602
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 14 juni 2012, nr. 09/00310, betreffende een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1998 tot en met 31 december 1999 een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke naheffingsaanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd.
De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 07/5763) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de naheffingsaanslag verminderd en de rechtsgevolgen van de uitspraak van de Inspecteur voor het overige in stand gelaten.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de naheffingsaanslag verminderd.

2.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2013.