ECLI:NL:HR:2013:174

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
24 juli 2013
Zaaknummer
13/00470
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen belastingaanslagen 2006

Belanghebbende is aangeslagen voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en premie Zorgverzekeringswet over het jaar 2006. Na bezwaar zijn de aanslagen gehandhaafd door de Inspecteur. De Rechtbank Haarlem verklaarde het beroep tegen deze uitspraken ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Hof, dat de uitspraak van de Rechtbank bevestigde.

Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde meerdere klachten aan. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 12 juli 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de belastingaanslagen 2006 wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

12 juli 2013
nr. 13/00470
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X], wonende in
Pakistan, domicilie gekozen hebbende te Amsterdam, (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 20 december 2012, nr. 10/00910, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen alsmede een aanslag in de premie ingevolge de Zorgverzekeringswet.

1.Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd alsmede een aanslag in de premie ingevolge de Zorgverzekeringswet, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur zijn gehandhaafd.
De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 09/5932) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.

2.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en C.H.W.M. Sterk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2013.