Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
10 december 2013.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin een gevangenisstraf van achttien jaren was opgelegd. De Hoge Raad heeft het beroep deels gevolgd door de straf te verminderen vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De middelen van cassatie konden niet tot vernietiging leiden, behalve de ambtshalve beoordeling van de redelijke termijn. De verdachte zat in voorlopige hechtenis en het cassatieberoep liep langer dan zestien maanden, wat een overschrijding van de redelijke termijn inhoudt.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de strafoplegging betrof en verminderde de gevangenisstraf tot zeventien jaar en negen maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 10 december 2013.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van achttien jaar naar zeventien jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.