Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
10 december 2013.
Hoge Raad
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis, naar 194 uren, subsidiair 97 dagen hechtenis, waarvan 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken op 10 december 2013 door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De taakstraf en vervangende hechtenis werden verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.