Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
10 december 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag over een poging tot inbraak op 7 juli 2009 in een pand aan de [a-straat 1] te Gouda. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een ruit had verbroken en het pand was binnengedrongen, hoewel het misdrijf niet was voltooid.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, mede gelet op de stellingen van verdachte dat hij het pand wilde kraken vanwege het dreigende verlies van zijn woonruimte en dat er niets te halen was in het pand. Het hof had de bewezenverklaring onvoldoende toegelicht en het verweer van verdachte onvoldoende weerlegd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest wat betreft het onder 3 tenlastegelegde feit en de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 10 december 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.