ECLI:NL:HR:2013:178

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
24 juli 2013
Zaaknummer
12/03471
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende verzocht om herziening van een arrest van 8 juni 2012. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verschuldigdheid van het griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Deze brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna adresverificatie plaatsvond en de brief alsnog per gewone post werd verzonden.

Het griffierecht werd niet voldaan. Vervolgens ontving belanghebbende opnieuw een aangetekende brief met het verzoek om uitleg over het niet tijdig betalen van het griffierecht. Ook deze brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna opnieuw adresverificatie plaatsvond en de brief per gewone post werd verzonden. Belanghebbende reageerde niet.

Op grond van artikel 8:41, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd op 12 juli 2013 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

12 juli 2013
nr. 12/03471
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 8 juni 2012, nr. 11/02848.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 26 februari 2013 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 4 april 2013 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is eveneens wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft niet gereageerd.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en C.H.W.M. Sterk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2013.