ECLI:NL:HR:2013:1889

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2013
Publicatiedatum
12 december 2013
Zaaknummer
12/05160
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid bestuurder voor speculeren met stichtingsgelden en stelplicht schade

In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een bestuurder centraal die als enige toegang had tot de financiële administratie van een stichting. De eiser stelde zich op het standpunt dat de bestuurder aansprakelijk was voor speculatie met stichtingsgelden. De rechtbank en het gerechtshof hadden eerder geoordeeld over de aansprakelijkheid en de omvang van de schade.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de aansprakelijkheid van de bestuurder werd bevestigd. In cassatie werd betoogd dat de stelplicht en bewijslast met betrekking tot de omvang van de schade niet correct waren toegepast.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van eiser niet leiden tot cassatie en dat gezien artikel 81 lid 1 RO Pro geen nadere motivering noodzakelijk is, omdat de klachten niet vragen om beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van de Stichting zijn begroot op een bedrag van € 8.318,34. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

13 december 2013
Eerste Kamer
nr. 12/05160
LZ/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
De stichting STICHTING INSTANDHOUDING VAN HET OUDE ROOMSCH KATHOLIEKE KERKHOF TE PURMEREND,
gevestigd te Monnickendam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Stichting.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 426601/HA ZA 09-1414 van de rechtbank Amsterdam van 23 september 2009, 18 november 2009 en 15 september 2010;
b. het arrest in de zaak 200.079.274/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 31 juli 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Stichting heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, alsmede voor [eiser] door mr. K.J.O. Jansen, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 25 oktober 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
13 december 2013.