Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
13 december 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoeker die in cassatie is gegaan tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin het verzoek tot toelating tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) werd afgewezen. De rechtbank Den Haag had eerder dit verzoek eveneens afgewezen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
In cassatie werden klachten aangevoerd, maar deze konden niet leiden tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar het vonnis van de rechtbank en het arrest van het hof, die aan het arrest zijn gehecht.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd. Hiermee blijft de afwijzing van het toelatingsverzoek tot de WSNP in stand, waarbij de rechtbank en het hof oordeelden dat een minnelijke regeling voldoende was beproefd en de verklaring niet voldeed aan de wettelijke eisen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Den Haag wordt bekrachtigd.