Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Gravenhagevan 4 december 2012, nrs. BK-11/00873 tot en met BK-11/00879, betreffende navorderingaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende ontving van 2000 tot en met 2007 een Zwitserse invaliditeitsuitkering die niet was opgegeven in de inkomstenbelasting. Navorderingsaanslagen werden opgelegd, maar belanghebbende betwistte deze met het argument dat er geen nieuw feit was omdat de Belastingdienst/Toeslagen al over de informatie beschikte.
De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor 2000 en ongegrond voor de overige jaren. Het Gerechtshof vernietigde de uitspraak voor de jaren 2001 tot en met 2004 en verminderde de navorderingsaanslagen. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het Hof.
De Hoge Raad oordeelde dat alleen kennis van de Inspecteur of diens vertegenwoordiger relevant is voor het nieuw feit, en dat de kennis van de Belastingdienst/Toeslagen niet aan de Inspecteur kan worden toegerekend. Dit volgt uit de taakverdeling en wettelijke bepalingen. Daarom is het cassatieberoep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof bevestigd.