Uitspraak
B.V. [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 15 november 2012, nr. 11/00428, betreffende een aanslag in de vennootschapsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, behorend tot een groep vennootschappen actief in onroerend goed, had voor het jaar 2005 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd gekregen. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en vervolgens bevestigd door de Rechtbank Haarlem en het Gerechtshof Amsterdam.
In cassatie stond centraal of de vervangingsreserve, gevormd in 1999, in 2005 in de winst moest worden opgenomen wegens het ontbreken van een herinvesteringsvoornemen. Het Hof had geoordeeld dat het herinvesteringsvoornemen op concernniveau niet zonder meer toerekenbaar is aan belanghebbende, tenzij bijkomende omstandigheden aannemelijk maken dat de investering door belanghebbende zelf zal worden gerealiseerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof dit terecht als uitgangspunt heeft genomen en dat de middelen die een andere rechtsopvatting voorstaan falen. Het oordeel van het Hof dat er geen bijkomende omstandigheden zijn, is feitelijk en kan in cassatie niet worden getoetst op juistheid of motivering. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en bevestigde hiermee de eerdere uitspraken van lagere instanties.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt bevestigd.