Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
25 juni 2013.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 21 september 2011. De verdediging heeft middelen van cassatie voorgesteld, die aan het arrest zijn gehecht. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter, samen met twee raadsheren, en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 juni 2013. Het beroep van de verdachte is verworpen, waarmee het arrest van het Gerechtshof Arnhem in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem blijft in stand.