Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het zesde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
17 december 2013.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot vermindering van de straf, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen behalve het zesde middel niet tot cassatie konden leiden en dat het zesde middel gegrond was omdat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden. Dit leidde tot vermindering van de gevangenisstraf van tien jaren met acht maanden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend wat betreft de strafduur en stelde de gevangenisstraf vast op negen jaren en vier maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 17 december 2013.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van tien jaren naar negen jaren en vier maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.