Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:2118

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2013
Publicatiedatum
19 december 2013
Zaaknummer
13/04681
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing toelatingsverzoek WSNP wegens niet te goeder trouw ontstane schulden

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat het toelatingsverzoek tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) afwees. De rechtbank Midden-Nederland had eerder een vergelijkbare beslissing genomen.

De kern van het geschil betrof de vraag of de schulden van verzoeker te goeder trouw waren ontstaan, wat een vereiste is voor toelating tot de WSNP. Het hof oordeelde dat dit niet het geval was, waardoor toepassing van de hardheidsclausule (artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro) niet aan de orde was. De Hoge Raad stelde vast dat de aangevoerde klachten onvoldoende waren om tot cassatie te leiden en verwees naar artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het cassatieberoep. Het arrest bevestigt de strikte toepassing van de criteria voor toelating tot de WSNP en benadrukt het belang van goed vertrouwen bij het ontstaan van schulden. De Hoge Raad heeft hiermee de eerdere beslissingen bekrachtigd en het beroep van verzoeker verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het toelatingsverzoek tot de WSNP blijft afgewezen.

Uitspraak

20 december 2013
Eerste Kamer
nr. 13/04681
RM/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. W. Römelingh.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/16/344277/FT RK 13/1270 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 8 juli 2013;
b. het arrest in de zaak 200.130.403 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 september 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
20 december 2013.