Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Hertogenboschvan 14 september 2012, nr. 12/00035, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2008 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. De Rechtbank te Breda verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch bevestigde dit in hoger beroep.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde diverse klachten aan tegen de uitspraak van het Hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat deze geen nadere motivering behoefden omdat zij niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 9 augustus 2013.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2008 blijft gehandhaafd.