Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 29 januari 2013, nr. 12/00419, betreffende een aanslag in de parkeerbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd voor parkeren op 19 september 2011 te Nijmegen. Na bezwaar en vernietiging van het bezwaar door de rechtbank Arnhem, bevestigde het Hof Arnhem-Leeuwarden deze uitspraak in hoger beroep.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde diverse klachten aan tegen het arrest van het hof. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen diende een verweerschrift in, waarop belanghebbende een conclusie van repliek indiende.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.