Belanghebbende, woonachtig te Curaçao met domicilie in Nederland, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant over een beschikking voor het jaar 2008 op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.
Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Schaap, Koopman en Groeneveld op 9 augustus 2013.