ECLI:NL:HR:2013:479

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 augustus 2013
Publicatiedatum
26 augustus 2013
Zaaknummer
11/04053
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak zonder nadere motivering

In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem. Het cassatieberoep is ingediend door de advocaat van verdachte en bevatte een middel van cassatie. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de verdediging schriftelijk heeft gereageerd.

De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt.

Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd. De uitspraak werd gedaan in een openbare terechtzitting op 20 augustus 2013 door de strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.

Uitspraak

20 augustus 2013
Strafkamer
nr. 11/04053
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 29 augustus 2011, nummer 24/000226-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, en mr. M. van Delft, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Mr. B.P. de Boer heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 augustus 2013.