ECLI:NL:HR:2013:678

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2013
Publicatiedatum
10 september 2013
Zaaknummer
12/00524 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vermindert geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in economische strafzaak

In deze economische strafzaak is door de verdachte cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging kunnen leiden, behalve op grond van de ambtshalve vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.

De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en vermindert deze van €15.000 naar €13.500. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. Hiermee wordt de rechtsbescherming van de verdachte versterkt door rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en betreft een belangrijke toepassing van artikel 81 RO Pro in combinatie met artikel 6 EVRM Pro, waarbij de rechter ambtshalve de termijnoverschrijding meeneemt in de strafmaat. Dit arrest bevestigt de jurisprudentie over de bescherming van het recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn.

Uitkomst: De geldboete wordt verminderd van €15.000 naar €13.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

10 september 2013
Strafkamer
nr. 12/00524 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 8 februari 2011, nummer 20/001431-09, in de strafzaak tegen:

[verdachte]

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.H. Gaastra, advocaat te Schiphol, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde straf en tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 15.000,-.

4.Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;
vermindert de geldboete in die zin dat deze € 13.500,- bedraagt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter- van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op
10 september 2013.