Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep is de verdachte ter terechtzitting niet bijgestaan door een raadsman. Dit proces-verbaal houdt onder meer het volgende in:
"De verdachte, die hoger beroep heeft ingesteld, wordt onmiddellijk na de voordracht van de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld mondeling de bezwaren tegen het vonnis op te geven.
De verdachte verklaart daarop:
Ik ben het niet eens met de veroordeling. Ik heb geen juridisch adviseur geraadpleegd. Ik heb een briefje gekregen in Turnhout. Dat briefje is twee maanden bij de politie in Turnhout blijven liggen. Na twee maanden heb ik het opgehaald. Ik heb daarop gebeld naar de rechtbank in Breda. Ik kan een gevangenisstraf niet uitzitten omdat ik voor mijn kleinzoon moet zorgen.
Op de vraag van de voorzitter of de verdachte zich realiseert dat in hoger beroep een strengere straf kan worden opgelegd, reageert de verdachte mompelend met 'oh'.
De voorzitter deelt de verdachte mede:
U bent bij verstek veroordeeld. Op 6 juni 2011 bent u in beroep is gekomen. Als de zaak in hoger beroep opnieuw wordt beoordeeld, wordt ook de eventueel op te leggen straf opnieuw beoordeeld. Dat u geen deskundige heeft geraadpleegd is uw eigen risico.
Op vragen van de voorzitter verklaart de verdachte als volgt:
Ik ging op 23 juli 2009 naar familie in verband met een familieruzie. Ik was boos. Voorafgaand heb ik mij voorzien van een mes omdat ik, terwijl ik met mijn nichtje aan het praten was, een appel at. Ik heb toen het mes omhoog gedaan en dat is gevallen.
Ik heb niet met het mes gestoken en ik heb ook niet gedreigd. Op de vraag van de voorzitter wat dan de bedoeling van het mes was, antwoord ik dat mijn andere nichtje een boze geest had. Ik wilde een nichtje vasthouden en weer terug gaan omdat ze boos was.
(...)
De voorzitter deelt betreffende de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mede dat zij een eerdere veroordeling wegens bolletjes slikken op haar documentatie heeft. Toen is een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf opgelegd. Destijds had zij geen werk of vaste woonplaats. Verdachte heeft negen kinderen.
De verdachte verklaart dat er een kind van 8 jaar en een kind van 20 jaar nog bij haar wonen, dat zij werkt en dat haar zoon van 8 jaar oud op school zit.
(...)
Op de vraag van de jongste raadsheer wat ik nu zou doen als mijn nichtjes nog eens boze geesten krijgen, verklaar ik dat ik denk dat ze hun probleem hebben opgelost want hun moeder is nu ook in Nederland.
(...)
De verdachte voert het woord tot verdediging aldus:
Ik doe liever een taakstraf dan dat ik de gevangenis in ga."