Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
24 september 2013.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 december 2011. De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie ingediend, die aan het arrest zijn gehecht. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof bevestigd. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 24 september 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen en het arrest van het Gerechtshof bevestigd.