Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
1 oktober 2013.
Hoge Raad
Op 1 oktober 2013 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 23 september 2011 in een strafzaak tegen verdachte.
Het cassatieberoep is ingesteld door verdachte en vertegenwoordigd door advocaten mr. G.A. Jansen en mr. Th.O.M. Dieben. De waarnemend Advocaat-Generaal N. Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat, gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering nodig is omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom wordt het beroep verworpen en blijft het arrest van het Gerechtshof Arnhem in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem blijft in stand.