Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
1 oktober 2013.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 augustus 2012. Namens verdachte heeft mr. J.H.E. Wanrooij middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft in eerste instantie geadviseerd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, waarna de raadsman schriftelijk heeft gereageerd. Vervolgens concludeerde de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, met de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 1 oktober 2013. Het beroep is derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen zonder nadere motivering.