Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Beslissing
1 oktober 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geconcludeerd dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Ondanks deze overschrijding, en gezien de opgelegde gevangenisstraf van slechts twee maanden, ziet de Hoge Raad geen aanleiding om aan deze overschrijding een rechtsgevolg te verbinden.
De Hoge Raad verwerpt daarom het beroep en bevestigt het bestreden arrest. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer, waarbij de advocaat-generaal het beroep had geadviseerd te verwerpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de strafvermindering wegens termijnoverschrijding blijft zonder rechtsgevolg.